Algemene voorwaarden

Artikel 1: Offerte

  1. De offerte wordt schriftelijk of elektronisch uitgebracht.
  2. In de offerte wordt onder meer aangegeven:
    1. een omschrijving van het werk;
    2. de prijsvorming methode die voor de uit te voeren werkzaamheden
      zal worden gehanteerd: aannemingssom of regie.Bij de prijsvorming methode aannemingssom noemt de ondernemer
      een vast bedrag voor het in de offerte omschreven werk.

      Bij de prijsvorming methode regie doet de ondernemer een opgave
      van de prijsfactoren, zoals uurtarieven, opslagen en eenheidsprijzen
      van de benodigde materialen.

      De verschuldigde omzetbelasting wordt in de offerte afzonderlijk vermeld.

    3. of op het werk een risicoregeling van toepassing zal zijn,
      en zo ja welke;
    4. of met stelposten rekening is gehouden, en zo ja met welke;
    5. de toepasselijkheid van deze algemene voorwaarden op de offerte
      en op de daaruit voortvloeiende aannemingsovereenkomst.
  3. De offerte wordt gedagtekend en geldt ingaande die dag gedurende
    dertig dagen.
  4. Tekeningen, technische omschrijvingen, ontwerpen en berekeningen,
    die door de aannemer of in zijn opdracht vervaardigd zijn,
    blijven eigendom van de aannemer.

    Zij mogen niet aan derden ter hand worden gesteld of getoond met
    het oogmerk een vergelijkbare offerte te verkrijgen. Zij mogen
    evenmin worden gekopieerd of anderszins vermenigvuldigd.

    Indien geen opdracht wordt verleend dienen deze bescheiden binnen
    14 dagen na een daartoe door de aannemer gedaan verzoek op kosten
    van de opdrachtgever aan hem te worden teruggezonden.

  5. Wanneer de offerte niet wordt geaccepteerd, is de aannemer gerechtigd
    de kosten die gemoeid zijn met het tot stand brengen van de offerte
    aan degene op wiens verzoek hij de offerte uitbracht in rekening
    te brengen, indien hij zulks voor het uitbrengen van de offerte
    heeft bedongen.

Artikel 2: Overeenkomst en contractstukken

  1. De overeenkomst komt tot stand door aanvaarding van de offerte
    door de opdrachtgever, schriftelijk, via elektronische aanvaarding
    of mondeling.
  2. Indien een opdracht wordt gegeven door twee of meer opdrachtgevers
    zijn zij hoofdelijk verbonden en heeft de aannemer tegenover ieder
    van hen recht op nakoming voor het geheel.

Artikel 3: Verplichtingen van de opdrachtgever

  1. Tenzij anders is overeengekomen zorgt de opdrachtgever ervoor
    dat de aannemer tijdig kan beschikken:

    1. over de voor de opzet van het werk benodigde gegevens en
      goedkeuringen, zoals publiekrechtelijke en privaatrechtelijke
      toestemmingen, zo nodig in overleg met de aannemer;
    2. over het gebouw, het terrein of het water waarin of waarop
      het werk moet worden uitgevoerd;
    3. over voldoende gelegenheid voor aanvoer, opslag en/of afvoer
      van bouwstoffen en hulpmiddelen.
  2. Over aansluitingsmogelijkheden voor elektrische machines,
    verlichting, verwarming, gas, perslucht en water.
    De benodigde elektriciteit, gas en water zijn voor rekening
    van de opdrachtgever.
  3. Het is de opdrachtgever niet toegestaan om vóór de dag waarop
    het werk als opgeleverd geldt van het werk zelf dan wel door derden
    werkzaamheden uit te (laten) voeren, behoudens toestemming
    van de aannemer.
  4. Zonder voorafgaande schriftelijke of elektronische toestemming
    van de aannemer is het de opdrachtgever niet toegestaan om voor
    de dag waarop het werk als opgeleverd geldt zijn rechten en plichten
    uit de overeenkomst over te dragen aan een derde.

Artikel 4: Kostenverhogende omstandigheden

  1. Kostenverhogende omstandigheden zijn omstandigheden:
    • die van dien aard zijn dat bij het tot stand komen van de
      overeenkomst geen rekening behoefte te worden gehouden met
      de kans dat zij zich zouden voordoen;
    • die de aannemer niet kunnen worden toegerekend;
    • die de kosten van het werk verhogen.

    Kostenverhogende omstandigheden geven de aannemer recht op
    vergoeding van de daaruit voortvloeiende gevolgen.

  2. Indien de aannemer van oordeel is dat kostenverhogende omstandigheden
    zijn ingetreden, dient hij de opdrachtgever hiervan zo spoedig mogelijk
    schriftelijk, mondeling of elektronisch op de hoogte te stellen.

    Vervolgens zullen partijen op korte termijn overleg plegen omtrent
    de vraag of kostenverhogende omstandigheden zijn ingetreden en zo ja,
    in hoeverre de kostenverhoging naar redelijkheid en billijkheid
    zal worden vergoed.

  3. De opdrachtgever is gerechtigd om in plaats van toe te stemmen
    in een vergoeding het werk te beperken, te vereenvoudigen of te
    beëindigen. Het bedrag dat de opdrachtgever in dit geval is verschuldigd
    zal naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid worden vastgesteld.
  4. De aannemer is gerechtigd een brandstoftoeslag toe te passen op
    de overeengekomen tarieven. De hoogte wordt afzonderlijk op de
    factuur vermeld.

Artikel 5: Meer en minder werk

  1. Verrekening van meer en minder werk vindt plaats:
    1. ingeval van wijzigingen in de overeenkomst dan wel in de
      voorwaarden van uitvoering;
    2. ingeval van afwijkingen van de bedragen van de stelposten;
    3. ingeval van afwijkingen van verrekenbare hoeveelheden;
    4. ingeval van afwijkingen stelpost tegels en (overige)
      vloerafwerkingen. Deze worden achteraf verrekend en zijn vooraf
      een indicatie.
  2. In geval van door de opdrachtgever gewenste wijzigingen in de
    overeenkomst dan wel in de voorwaarden van uitvoering kan de aannemer
    slechts dan een verhoging van de prijs vorderen, wanneer hij de
    opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit
    voortvloeiende prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die noodzaak
    uit zichzelf had moeten begrijpen.
  3. Stelposten zijn in de overeenkomst genoemde bedragen die in de
    aannemingssom zijn begrepen en die bestemd zijn voor hetzij:

    1. het aanschaffen van bouwstoffen;
    2. het aanschaffen van bouwstoffen en het verwerken daarvan;
    3. het verrichten van werkzaamheden, welke op de dag van de
      overeenkomst onvoldoende nauwkeurig zijn bepaald en welke door
      de opdrachtgever nader moeten worden ingevuld.

    Ten aanzien van iedere stelpost wordt in de overeenkomst vermeld
    waarop deze betrekking heeft.

  4. Bij de ten laste van stelposten te brengen uitgaven wordt gerekend
    met de bruto klantprijs van de producent of een door aannemer
    vastgestelde verkoopprijs.
  5. Indien een stelpost uitsluitend betrekking heeft op het aanschaffen
    van bouwstoffen, zijn de kosten van het verwerken daarvan in de
    aannemingssom begrepen en worden deze niet afzonderlijk verrekend.Deze kosten zullen echter worden verrekend ten laste van de stelpost,
    waarop de aanschaffing van die bouwstoffen wordt verrekend voor zover
    zij door de invulling die aan de stelpost wordt gegeven hoger zijn
    dan die waarmee de aannemer redelijkerwijs rekening heeft moeten houden.
  6. Indien een stelpost betrekking heeft op het aanschaffen van bouwstoffen
    en het verwerken daarvan, zijn de kosten van verwerking niet in de
    aannemingssom begrepen en worden deze afzonderlijk ten laste van de
    stelpost verrekend.
  7. Indien in de overeenkomst verrekenbare hoeveelheden zijn opgenomen,
    en deze hoeveelheden te hoog of te laag blijken om het werk tot stand
    te brengen, zal verrekening plaatsvinden van de uit die afwijking
    voortvloeiende meer of minder kosten.
  8. Indien de opdrachtgever opdracht geeft tot het uitvoeren van meer werk,
    mag de aannemer bij wijze van voorschot 25% van het overeengekomen
    bedrag in rekening brengen.Het resterende gedeelte zal de aannemer eerst kunnen factureren bij
    het gereedkomen van het meer werk dan wel bij de eerstkomende
    termijnfactuur daarna.

    Tenzij anders is overeengekomen zal minder werk door de aannemer
    worden verrekend bij de eindafrekening.

  9. Indien bij de eindafrekening van het werk blijkt dat het totaalbedrag
    van het minder werk het totaalbedrag van het meer werk overtreft,
    heeft de aannemer recht op een bedrag gelijk aan 10% van het verschil
    van die totalen.

Artikel 6: Betaling

  1. Indien betaling in termijnen is overeengekomen, zendt de aannemer
    telkens bij of na het verschijnen van een betalingstermijn de
    desbetreffende termijnfactuur aan de opdrachtgever toe.
    De door de opdrachtgever aan de aannemer verschuldigde omzetbelasting
    wordt afzonderlijk vermeld.
  2. Betaling van een ingediende factuur dient plaats te vinden uiterlijk
    8 dagen na de factuurdatum, met dien verstande dat bij de oplevering
    alle ingediende termijnfacturen en de facturen met betrekking tot
    het overeengekomen meer werk dienen te zijn voldaan, onverminderd
    de toepasselijkheid van artikel 8 en artikel 13 en op voorwaarde
    dat de aannemer deze facturen tijdig voor de oplevering heeft ingediend.

    De aannemer is gerechtigd de factuur betreffende de bij oplevering
    verschuldigde termijn 8 dagen voor de geplande oplevering in te dienen.

  3. Binnen een redelijke termijn na de dag waarop het werk als opgeleverd
    geldt dient de aannemer de eindafrekening in.
  4. Betaling van het aan de aannemer verschuldigde bedrag van de
    eindafrekening dient plaats te vinden uiterlijk 8 dagen na de dag
    waarop de aannemer de eindafrekening heeft ingediend, een en ander
    onverminderd het bepaalde in artikel 13.

Artikel 7: 5% regeling

  1. Dit artikel is slechts van toepassing op aanneming van werk die strekt
    tot de bouw van een woning in opdracht van een consument, dat wil zeggen
    een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een
    beroep of bedrijf.
  2. De consument kan zonder beroep te doen op artikel 6:262 BW en onder
    behoud van zijn recht op oplevering, maximaal 5% van de aannemingssom
    inhouden op de laatste termijn of laatste termijnen en dit bedrag in
    plaats van aan de aannemer te betalen, in depot storten bij een notaris.
  3. De notaris brengt het bedrag in de macht van de aannemer nadat drie
    maanden zijn verstreken na het tijdstip van oplevering, tenzij de
    consument van zijn in artikel 6:262 BW toegekende bevoegdheid gebruik
    wenst te maken. In dat geval deelt de consument aan de notaris mee tot
    welk bedrag het depot moet worden gehandhaafd.
  4. De notaris brengt het bedrag voorts in de macht van de aannemer voor
    zover de consument daarin toestemt, de aannemer vervangende zekerheid
    stelt of bij een uitspraak die partijen bindt, is beslist dat een depot
    niet of niet langer gerechtvaardigd is.
  5. Indien de consument aan de aannemer schadevergoeding verschuldigd is
    wegens de depotstorting of de door de aannemer gestelde vervangende
    zekerheid, wordt deze gesteld op de wettelijke rente van artikel
    6:119 BW. Gedurende de drie maanden na oplevering is zij niet
    verschuldigd, zelfs niet indien geen gebreken worden geconstateerd.
  6. De door de notaris berekende kosten voor het depot komen voor rekening
    van de consument. De door de notaris te vergoeden rente over het
    depotbedrag komt ten gunste van de consument.

Artikel 8: Oplevering en onderhoudstermijn

  1. Het werk geldt als opgeleverd wanneer de aannemer heeft medegedeeld
    dat het werk gereed is voor oplevering en/of alle werkzaamheden conform
    planning zijn uitgevoerd.
  2. Indien de aannemer heeft medegedeeld dat het werk voor oplevering gereed
    is en de opdrachtgever niet binnen 8 dagen daarna laat weten of hij
    het werk al dan niet aanvaardt, geldt het werk als opgeleverd.
  3. Indien de opdrachtgever het werk afkeurt, dient hij dat schriftelijk
    of elektronisch te doen onder vermelding van de gebreken die de reden
    voor afkeuring zijn.Kleine gebreken, die gevoeglijk in de onderhoudstermijn kunnen worden
    hersteld, zullen geen reden tot afkeuring mogen zijn, mits zij een
    eventuele ingebruikneming niet in de weg staan.
  4. Indien de opdrachtgever het werk in gebruik neemt, geldt het werk
    als opgeleverd.
  5. Indien partijen vaststellen dat gelet op de aard of omvang van de
    tekortkomingen in redelijkheid niet van oplevering kan worden gesproken,
    zal de aannemer na overleg met de opdrachtgever een nieuwe datum noemen
    waarop het werk gereed zal zijn voor oplevering.
  6. Na de dag waarop het werk als opgeleverd geldt, is het werk voor risico
    van de opdrachtgever.
  7. Door de aannemer erkende tekortkomingen worden zo spoedig mogelijk hersteld.
  8. Na de dag waarop het werk als opgeleverd geldt, gaat een
    onderhoudstermijn van 60 dagen in.

Artikel 9: In gebreke blijven van de opdrachtgever

  1. Indien de opdrachtgever met de betaling van hetgeen hij ingevolge
    de overeenkomst aan de aannemer verschuldigd is in gebreke blijft,
    is hij daarover met ingang van de vervaldag de wettelijke rente
    verschuldigd.

    Indien na verloop van 8 dagen na de vervaldag nog geen betaling
    heeft plaatsgevonden, wordt het in de voorgaande zin bedoelde
    rentepercentage met 2 verhoogd.

  2. Indien de opdrachtgever niet tijdig betaalt, is de aannemer gerechtigd
    tot invordering van het verschuldigde over te gaan, mits hij de
    opdrachtgever schriftelijk of elektronisch heeft aangemaand om alsnog
    binnen 14 dagen te betalen en die betaling is uitgebleven.

    Indien de aannemer tot invordering overgaat, zijn de daaraan verbonden
    buitengerechtelijke kosten voor rekening van de opdrachtgever, mits de
    hoogte hiervan in de aanmaning is vermeld.

    De aannemer is gerechtigd hiervoor in rekening te brengen het bedrag
    conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.

  3. Indien de opdrachtgever hetgeen de aannemer volgens de overeenkomst
    toekomt, niet of niet tijdig betaalt, of de aannemer gegronde redenen
    heeft om aan te nemen dat de opdrachtgever het de aannemer toekomende
    niet of niet tijdig zal betalen, is de aannemer gerechtigd om van de
    opdrachtgever genoegzame zekerheid te verlangen.
  4. Indien de opdrachtgever enige op hem rustende verplichting niet nakomt,
    is de aannemer gerechtigd het werk te schorsen tot het moment waarop
    de opdrachtgever deze verplichting is nagekomen, dan wel het werk in
    onvoltooide staat te beëindigen, mits de aannemer de opdrachtgever
    vooraf schriftelijk of elektronisch op deze gevolgen van het niet-nakomen
    heeft gewezen.

    Het in de vorige zin bepaalde laat onverlet het recht van de aannemer
    op vergoeding van schade, kosten en rente.

  5. Indien de opdrachtgever in staat van faillissement wordt verklaard,
    dan wel surseance van betaling aanvraagt, dan wel indien ten laste van
    hem door een derde enig rechtmatig beslag wordt gelegd, tenzij dit beslag
    binnen een maand, al dan niet tegen zekerheidstelling, wordt opgeheven,
    is de aannemer gerechtigd zonder nadere aanmaning het werk te schorsen,
    dan wel het werk in onvoltooide staat te beëindigen.
  6. Indien op grond van dit artikel sprake is van schorsing respectievelijk
    beëindiging in onvoltooide staat, is het bepaalde in artikel 14 lid 5
    van toepassing.

Artikel 10: Aansprakelijkheid van de opdrachtgever

  1. De opdrachtgever draagt de verantwoordelijkheid voor de juistheid
    van de door of namens hem verstrekte gegevens.
  2. Verschillen tussen de tijdens de uitvoering blijkende toestand van
    bestaande gebouwen, werken en terreinen enerzijds en de toestand die
    de aannemer redelijkerwijs had mogen verwachten, geven de aannemer
    recht op vergoeding van de daaruit voortvloeiende kosten.
  3. Indien na de totstandkoming van de overeenkomst blijkt dat het
    bouwterrein verontreinigd is of de uit het werk komende bouwstoffen
    verontreinigd zijn, is de opdrachtgever aansprakelijk voor de daaruit
    voor de uitvoering van het werk voortvloeiende gevolgen.
  4. De opdrachtgever draagt de verantwoordelijkheid voor de door of namens
    hem voorgeschreven constructies en werkwijzen, daaronder begrepen de
    invloed die daarop door de bodemgesteldheid wordt uitgeoefend, alsmede
    voor de door of namens hem gegeven orders en aanwijzingen.
  5. Indien bouwstoffen of hulpmiddelen, die de opdrachtgever ter beschikking
    heeft gesteld, dan wel door hem zijn voorgeschreven, ongeschikt of
    gebrekkig zijn, komen de gevolgen hiervan voor rekening van de opdrachtgever.
  6. Indien de opdrachtgever een onderaannemer of leverancier heeft
    voorgeschreven, en deze niet, niet tijdig of niet deugdelijk presteert,
    komen de gevolgen hiervan voor rekening van de opdrachtgever.
  7. De opdrachtgever is aansprakelijk voor schade aan het werk en/of
    materialen en de schade en vertraging die de aannemer lijdt als gevolg
    van door de opdrachtgever of in zijn opdracht door derden uitgevoerde
    werkzaamheden of verrichte leveringen.
  8. De gevolgen van de naleving van wettelijke voorschriften of beschikkingen
    van overheidswege die na de dag van de offerte in werking treden, komen
    voor rekening van de opdrachtgever, tenzij redelijkerwijs moet worden
    aangenomen dat de aannemer die gevolgen reeds op de dag van de offerte
    had kunnen voorzien.

De opdrachtgever is aansprakelijk voor:

  1. eventueel schadeherstel na hak-, frees- en sloopwerken door aannemer;
  2. schade aan bouwmaterialen na sloopwerkzaamheden;
  3. geleverde materialen door derden, zwaarder dan 50 kg, dienen op de
    gewenste verdieping waar het materiaal geïnstalleerd moet worden,
    aanwezig te zijn;
  4. tijdige aanwezigheid van alle materialen voor aanvang van het werk,
    indien geleverd door derden. Indien aannemer later hiervoor terug moet
    komen zullen hiervoor voorrijkosten en benodigde uren apart in rekening
    worden gebracht.

Artikel 11: Aansprakelijkheid van de aannemer

Ontwerpaansprakelijkheid

  1. In geval van tekortkomingen in het ontwerp, is de aannemer hiervoor
    slechts aansprakelijk voor zover deze tekortkomingen hem kunnen
    worden toegerekend.
  2. De aansprakelijkheid van de aannemer op grond van het vorige lid is
    beperkt tot het voor het verrichten van de ontwerpwerkzaamheden
    overeengekomen bedrag. Indien geen bedrag is overeengekomen, is de
    aansprakelijkheid van de aannemer beperkt tot 10% van de aannemingssom.
  3. De rechtsvordering uit hoofde van een toerekenbare tekortkoming is
    niet ontvankelijk, indien zij wordt ingesteld na verloop van vijf jaren
    na het verstrijken van de onderhoudstermijn.

Aansprakelijkheid na oplevering

  1. Na de dag waarop het werk als opgeleverd geldt, is de aannemer niet
    meer aansprakelijk voor tekortkomingen aan het werk.
  2. Het in het eerste lid bepaalde lijdt uitzondering indien sprake is
    van een gebrek:

    1. dat in de onderhoudstermijn aan de dag is getreden en dat
      redelijkerwijs niet bij oplevering door de opdrachtgever onderkend
      had kunnen worden, tenzij de aannemer aannemelijk maakt dat het
      gebrek met grote mate van waarschijnlijkheid moet worden toegeschreven
      aan een omstandigheid die aan de opdrachtgever kan worden toegerekend;
    2. dat na afloop van de onderhoudstermijn aan de dag is getreden,
      dat redelijkerwijs niet bij oplevering door de opdrachtgever
      onderkend had kunnen worden en waarvan de opdrachtgever aannemelijk
      maakt dat het gebrek met grote mate van waarschijnlijkheid moet
      worden toegeschreven aan een omstandigheid die aan de aannemer
      kan worden toegerekend.
  3. De rechtsvordering uit hoofde van het in lid 2 sub a bedoelde gebrek
    is niet ontvankelijk, indien zij wordt ingesteld na verloop van twee
    jaren na het verstrijken van de onderhoudstermijn.
  4. De rechtsvordering uit hoofde van het in lid 2 sub b bedoelde gebrek
    is niet ontvankelijk, indien zij wordt ingesteld na verloop van vijf
    jaren na het verstrijken van de onderhoudstermijn.

    Ingeval het in lid 2 sub b bedoelde gebrek echter als een ernstig
    gebrek moet worden aangemerkt, is de rechtsvordering niet ontvankelijk,
    indien zij wordt ingesteld na verloop van tien jaren na het verstrijken
    van de onderhoudstermijn.

    Een gebrek is slechts dan als een ernstig gebrek aan te merken indien
    het werk geheel of gedeeltelijk is ingestort of dreigt in te storten,
    dan wel ongeschikt is geraakt of ongeschikt dreigt te geraken voor de
    bestemming waarvoor het blijkens de overeenkomst bedoeld is en dit
    slechts kan worden verholpen of kan worden voorkomen door het treffen
    van zeer kostbare voorzieningen.

Overige bepalingen

  1. De opdrachtgever is in de gevallen als voorzien in de artikelen
    16.1 tot en met 16.3 verplicht de aannemer van het gebrek binnen
    redelijke termijn na ontdekking mededeling te doen en de aannemer
    de gelegenheid te geven binnen een redelijke termijn voor diens rekening
    toerekenbare tekortkomingen en/of gebreken, waarvoor de aannemer
    aansprakelijk is, te herstellen/op te heffen.
  2. Indien de kosten van herstel voor een gebrek of van het opheffen van
    een tekortkoming waarvoor de aannemer aansprakelijk is niet in redelijke
    verhouding staan tot het belang van de opdrachtgever bij herstel,
    mag de aannemer in plaats van herstel volstaan met het uitkeren van
    een redelijke schadevergoeding aan de opdrachtgever.
  3. De uit de artikelen 16.1 tot en met 16.3 voortvloeiende beperkingen
    van de aansprakelijkheid vinden geen toepassing indien de schade het
    gevolg is van opzet of grove schuld van de aannemer.

Artikel 12: Geschillen

  1. Voor de beslechting van de in dit artikel bedoelde geschillen doen
    partijen afstand van hun recht deze aan de gewone rechter voor te leggen,
    behoudens die gevallen waarin partijen zich op grond van de wet tot
    de gewone rechter dienen te wenden.
  2. Alle geschillen – daaronder begrepen die, welke slechts door een der
    partijen als zodanig worden beschouwd – die naar aanleiding van deze
    overeenkomst of van de overeenkomsten die daarvan een uitvloeisel zijn,
    tussen opdrachtgever en aannemer mochten ontstaan, worden beslecht door
    arbitrage overeenkomstig de regelen beschreven in het arbitragereglement
    van de Raad van Arbitrage voor de Bouw, zoals dit drie maanden voor het
    tot stand komen van de overeenkomst luidt.
  3. In afwijking van het tweede lid kunnen geschillen, welke tot de
    competentie van de kantonrechter behoren, ter keuze van de meest gerede
    partij ter beslechting aan de bevoegde kantonrechter worden voorgelegd.
  4. Op de overeenkomst van aanneming van werk of op de overeenkomsten
    tussen opdrachtgever en aannemer die daarvan een uitvloeisel zijn,
    is Nederlands recht van toepassing.
Contact

Neem contact met ons op

Heb je vragen of wil je graag een afspraak maken? Neem dan telefonisch of per e-mail contact met ons op. Je kunt ook ons contactformulier gebruiken, dan nemen wij zo spoedig mogelijk contact met jou op!

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.